23.1.11

Erger dan de dood



De onbekende persoon kwam dichterbij. Tom trilde van kop tot teen en begon zwaar te ademenen. 
‘Blijf uit mijn buurt’, riep Tom. Door de dikke mist kon hij helemaal niet zien wie hem naderde. Om de vreemdeling op een veilige afstand te houden dreigde hij: ‘Ik ben niet bang van je, ik zal je eens een lesje leren!'. Het speeksel vloog in het rond. Tom veegde met een nonchalante zwaai zijn mond af aan de mouw van zijn trui.

Toen kon hij de druk niet meer aan, hij keek wild om zich heen op zoek naar iets om zich mee te verdedigen en nam de spade die vaststak in de grond naast het graf.
Zonder na te denken liep hij naar voren en zwaaide blindelings in het rond. Opeens voelde hij dat hij iets geraakt had. Hij opende zijn ogen en zag de onbekende schim op de grond liggen.

Met de schop in aanslag naderde hij behoedzaam het levenloze lichaam.
Toen hij de persoon op de grond herkende ging een schok door zijn lichaam. Zijn hart sloeg een tel over.
‘Inge? Inge?’. Tom kon zijn ogen niet geloven. Had hij nu net zijn vrouw vermoord?!

Hij was in shock. Alle ervaringen van de laatste dagen flitsten door zijn hoofd.
Wat deed Inge hier en was het kind op de echografische foto van hem?!
Tom scheeuwde ‘waarom!?’ Hij snikte, de tranen rolden over zijn wangen.

25.11.10

Studenten porren scholieren aan

 

De Katholieke Hogeschool Leuven startte in september 2008 een project om jongeren uit kans groepen meer te motiveren om door te stromen naar het hoger onderwijs. Het is een feit, scholieren hebben nood aan meer begeleiding en ondersteuning.

Lore Bayens startte om die reden een project waarbij studenten van de KHL leerlingen begeleiden bij het maken van hun geïntegreerde proef. De studenten fungeren als een rolmodel en proberen de leerlingen tegen het eind van het schooljaar te overtuigen om hogere studies een kans te geven.

(bron; Het Nieuwsblad)

15.11.10

Van het Westelijk front geen nieuws


Ik zeg tegen de jongen, die ons aankijkt zonder een blik van ons af te wenden: 'Nu gaan we een brancard halen.' Maar dan doet hij zijn mond open en zegt fluisterend: 'Hier blijven ---'. Kat zegt: 'Maar we zijn zo weer terug. We gaan even een brancard voor je halen.' Je kunt niet merken, of hij het begrepen heeft; hij roept klagend als een kind ons achterna: 'Niet weggaan.'-- Kat kijkt om, en zegt fluisterend: 'Moest je nu niet eenvoudg en revolver nemen, om er een eind aan te maken?'

 REMARQUE, ERICK MARIA, Van het westelijk front geen nieuws, Utrecht, Bijleveld, 2000, p.47 .
Mijn foto
Gent, Oost-Vlaanderen, Belgium